Groenlandse haai
Bijna bedreigd

Groenlandse haai

De Groenlandse haai leeft in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan, doorgaans bij de bodem op een diepte van 200 tot 1200 meter. Hij jaagt vooral op vis (kabeljauw, tarbot), maar maakt ook robben en zeevogels buit. Zoals de meeste haaien is zijn reukvermogen sterk ontwikkeld. Zijn ogen zijn zwak en de hoornvliezen zijn vaak aangetast door een parasitair kreeftje.

Deze haaien zijn levendbarend. De jongen zijn bij de geboorte 40 tot 70 centimeter lang. De groei verloopt erg traag. Een gemerkt exemplaar van 262 centimeter werd na 16 jaar teruggevangen en bleek toen slechts 8 centimeter gegroeid te zijn. Daar staat tegenover dat deze haai zijn leven lang door blijft groeien en erg oud kan worden. In 2016 werd bij een Groenlandse haai een leeftijd van minstens 272 maar mogelijk zelfs meer dan 500 jaar vastgesteld.

Vroeger werden deze haaien vooral voor hun lever (levertraan) gevangen. De taaie huid werd gelooid en gebruikt om boeken mee in te binden. Het vlees is - tenzij grondig gewassen en gedroogd - giftig en werd meestal weer overboord gezet.