Kleine zeehond

Kleine zeehond

Deze noordelijke soort lijkt op de gewone zeehond maar is kleiner en meer gedrongen. Zijn gezichtsuitdrukking is katachtiger dan die van andere noordelijke robben. Zijn flippers zijn relatief klein. De vacht is zilvergrijs aan de buik en donkergrijs op de rug. Op de rug en de flanken zitten vaak grijze vlekken met een lichtere ring er omheen. De pasgeboren jongen hebben een witte wollige vacht. Om haar jong te baren maakt het vrouwtje een hol onder een sneeuwlaag op het ijs. Het hol is via een wak toegankelijk. Ondanks de sneeuwlaag vormen vooral de jongen een belangrijke prooi voor de ijsbeer, die ze op de geur opspoort. Het totale aantal kleine zeehonden ligt op enkele miljoenen. Er zijn verschillende ondersoorten van de kleine zeehond, waarvan sommige bedreigd. De Baltische stinkrob is de grootste. Deze ondersoort komt voornamelijk voor in die delen van de Oostzee waar 's winters een dikke ijslaag ontstaat. De Ladoga stinkrob komt uitsluitend in het Russiische Ladoga-meer voor (ten noorden van Sint Petersburg).