Steltlopers, meeuwen, alken

Steltlopers, meeuwen, alken

Deze vogels zijn vooral langs kusten en binnenwateren te vinden. De steltlopers (waaronder snippen, wulpen, strandlopers, plevieren en jacana's) hebben lange poten en worden ook wel waadvogels genoemd (al waden ze niet allemaal: de jacana's lopen bijvoorbeeld met hun enorme tenen over drijvende waterplanten). Meeuwen (waaronder ook de sterns, jagers en schaarbekken) hebben lange vleugels en zoeken hun voedsel vliegend. De schaarbek scheert daarbij vlak over het water, waarbij hij met zijn ondersnavel door het wateroppervlak snijdt. Alken heben wel wat van pinguïns (die zelfs genoemd zijn naar de eerder bekende en inmiddels uitgestorven reuzenalk, die in Wales 'penguin' heette), maar komen alleen op het noordelijk halfrond voor en kunnen wel vliegen. De papegaaiduiker is de kleurigste alk.