Voshaai

Voshaai

Voshaaien zijn goed te herkennen aan de zeer lange bovenste staartlob, die ze gebruiken om prooivissen bij elkaar te jagen en met zwiepende slagen te verdoven. De gewone voshaai – ook kortweg ‘de voshaai’ genoemd – heeft de grootste verspreiding van de drie soorten. Hij komt wereldwijd voor, zowel in warme als koude zeeën. Tijdens de seizoenstrek volgt hij meestal de kustlijn. Het is een snelle zwemmer die ook hoog boven het wateroppervlak kan uitspringen, soms meerdere keren achter elkaar.

Lange staart

Aan de rugzijde is de voshaai blauwgrijs tot donkergrijs gekleurd, de buikzijde is wit. Anders dan bij de andere voshaaien zit er wit boven de basis van de borstvinnen. Zijn staart is bijna even lang als de rest van zijn lichaam. Hij heeft grote ogen, maar toch aanzienlijk minder groot dan die van de grootoogvoshaai. 

Weinig jongen

Deze haaiensoort is levendbarend. Het vrouwtje krijgt per keer slechts twee tot zes jongen (gemiddeld vier) die zich in de baarmoeder voeden met onbevruchte eieren en bij de geboorte al bijna anderhalve meter lang zijn.  De trage voortplanting maakt voshaaien erg gevoelig voor overbevissing. Er wordt gericht op deze haaien gevist, vooral om hun vinnen. Daarnaast vormen ze vaak bijvangst.