Hoe ontstaat koraal?

Hoe ontstaat koraal?

Zoals alle dieren begint een koraal als een eitje en een zaadje.

De eitjes zijn kleiner dan een speldenprik en worden door de poliepen met miljoenen tegelijk in het zeewater losgelaten. Op hetzelfde moment worden zaadcellen in het water gelaten: nog veel meer dan de eitjes en nog veel kleiner.

Als de koralen ‘kuit schieten’ wordt het zeewater troebel. 

Veel eitjes worden opgegeten door jonge visjes of andere zeedieren. Een eitje dat overleeft en wordt bevrucht door een zaadje groeit in korte tijd uit. Niet tot een poliep, maar tot een peervormig larfje zo groot als een zandkorrel. De larve kan iets wat de poliep niet kan: zwemmen. Na enkele dagen zwemmen, zoekt de larve een stevig plekje en zet zich vast. Dan verandert geleidelijk de vorm van de larve. Binnen een week groeit hij uit tot een poliep met tentakels in een eigen gebouwd kommetje van kalk. 

Koraalkolonie 

Daarna gebeurt er iets eigenaardigs. De poliep krijgt bobbeltjes rondom zich. Elk van die bobbels groeit weer uit tot een nieuwe poliep. Door zichzelf te ‘stekken’ ontstaat een groepje poliepen. Dit is het begin van een kolonie van vele duizenden koraaldiertjes, die allemaal met elkaar in verbinding blijven. Voedsel wordt over de hele kolonie verdeeld en ook vijanden bestrijden ze samen.

Maar het meest opvallende is natuurlijk het gemeenschappelijke skelet. De bouw is perfect op elkaar afgestemd waardoor het koraal zijn vorm krijgt. Na verloop van tijd sterft een poliep af en wordt weer een nieuwe poliep over de oude heen gevormd, met een nieuw kalkbekertje. Sommige kolonies groeien 5 tot 15 centimeter per jaar, andere niet meer dan een paar millimeter.