Twee soorten olifanten

Twee soorten olifanten

Er waren ooit honderden soorten olifanten, nu zijn er nog twee.

Er zijn ooit honderden soorten olifanten geweest. Zoals de deinotherium en de wolharige mammoet in koude gebieden. Nu zijn er nog twee soorten olifanten, allebei in warme landen: de Afrikaanse olifant leeft op de savanne en in de regenwouden van Afrika. De Aziatische olifant leeft in de bossen van zuidelijk Azië.

Bosolifanten zijn veel minder bekend dan savanneolifanten. Niet zo gek, want ze leven verborgen in het woud. De bosolifant is een maatje kleiner, heeft rondere oren en rechtere tanden. Gabon is een echt bosolifanten-land. Vooral natuurlijk omdat er nog zoveel regenwoud is.

Volwassen mannetjes zijn meer op zichzelf. Ze komen alleen op bezoek als een vrouwtje wil paren.

Vijf Afrikaanse olifanten in een rij lopen door rivier

Olifantenvrouwtjes leven samen. Dat vinden ze gezelliger en vooral: veiliger. Want jonge olifantjes moeten wel oppassen voor hyena’s en leeuwen. In de kudde kan ze weinig overkomen. Tegen de moeder, tantes en broers en zussen durven roofdieren niet op. En vooral niet tegen oma: de oudste vrouw. Zij is meestal ook de grootste, want olifanten groeien hun leven lang door. En ze weet het meeste, want olifanten hebben een erg goed geheugen. Zij bepaalt wanneer het weer tijd is om verder te trekken, want ze is de leidster van de groep.

Volwassen olifanten hebben bijna geen vijanden. Behalve de mens. Al eeuwen lang jaagt de mens op de olifant vanwege zijn slagtanden. De slagtanden zijn van ivoor en zijn veel geld waard. Gelukkig kunnen we daar iets tegen doen.